Artikel: Martelen in Het Steen

Het prachtige stadhuis met renaissancegevel is om een dertiende eeuwse toren heengebouwd. Aan de toren is te zien, dat er vele eeuwen aan verbouwd is, maar het bakstenen gedeelte stond er al in de dertiende eeuw en diende als gevangenis. De verhoortechnieken waren in vroeger tijden wat anders dan tegenwoordig is toegestaan. Een aantal van de gebruikte martelwerktuigen zijn nog steeds in de middeleeuwse gevangenis te bewonderen. Als u een zwakke maag heeft, is het misschien niet verstandig om het tweede deel van dit artikel te lezen.

Een van de eerste gebouwen waaraan Delft zijn ontstaan heeft te danken, is de grafelijke hof. Omstreeks 1250 werd bij deze hof een bakstenen toren gebouwd, die diende als uitkijktoren en gevangenis. Zo’n gevangenis was van lieverlede nodig, want ten westen van de grafelijke hof was tussen de Oude en de Nieuwe Delf een nederzetting ontstaan, waaraan door graaf Willem II in 1246 de eerste stadsrechten waren verleend. Aangezien vrijwel alle gebouwen van hout waren, werd deze toren door de bevolking heel toepasselijk het ‘Steen’ genoemd. In 1275 werd er reeds een tweede veel grotere toren met dikkere muren bij gebouwd, die het ‘Nieuwe Steen’ werd genoemd. Dit is de toren, die nog steeds in het stadhuis aanwezig is.

Omstreeks 1435 gingen deze torens deel uitmaken van het stadhuis. De huidige stadhuistoren werd verhoogd met een klokkentoren en omstreeks 1500 werd er aan de noordwestzijde tegen de toren een trappenhuis aangebouwd. Deze toren overleefde de grote stadsbrand van 1536 en de stadhuisbrand van 1618. Het door Hendrick de Keyzer ontworpen stadhuis werd om deze toren heengebouwd en kwam in 1620 gereed.

In het stadhuis vond vroeger de rechtspraak door schout en schepenen plaats. De schout had de rol van aanklager en is te vergelijken met de officier van justitie tegenwoordig. De schepenen – zeven in Delft – spraken het vonnis uit en zijn te vergelijken met de huidige rechters. De rechtbank in het stadhuis werd de ‘vierschaar’ genoemd. Deze naam werd ontleend aan de oervorm, waarbij de plaats van het gerecht met vier gespannen touwen – ook wel scheren genaamd – werd afgezet. De vierschaar was op de begane grond en schout en schepenen zaten onder de bogen in de burgerzaal. Het beeld van Vrouwe Justitia in de voorgevel van het stadhuis geeft aan dat er in het stadhuis werd rechtgesproken. In het begin van de 19e eeuw werden  onafhankelijke rechtbanken gesticht en kwam er een einde aan de stedelijke rechtspraak. Het kantongerecht was in Delft nog wel even in het stadhuis gevestigd, maar in 1907 verhuisde dat naar de Korte Geer.

Er waren in en om de toren meerdere gevangenissen. De gevangenis in de toren is de enige die nog over is. Via de traptoren is deze gevangenis te bereiken. Een zware eikenhouten wand zorgde ervoor, dat de gevangenen niet uit konden breken. In deze wand zit een tralieraam met een gleuf, waardoor het eten aan de gevangenen kon worden doorgegeven. Via een zeer zwaar uitgevoerde eikenhouten deur komt men in de gevangenis zelf. Althans het eerste gedeelte voor de minder zwaar gestraften. De wanden zijn met dik eikenhout bekleed om te voorkomen, dat de gevangenen met metalen voorwerpen de voegen tussen de stenen zouden wegkrabben. De lossen stenen zouden als wapen tegen de cipiers gebruikt kunnen worden en zo zouden ze ook kunnen ontsnappen, als ze het gat groot genoeg konden maken.

Er was vroeger maar één raam in deze voorruimte van vier bij vier meter aanwezig. Bij dat raam is ook goed te zien hoe dik de muur is. Het tweede raam is van latere datum. Voor de zwaardere gevallen was er nog een kleinere zijruimte van zo’n tweeënhalf bij vier meter. Deze ruimte was alleen bereikbaar via de gevangenis en is afgesloten door een portaal van deze gevangenis. Deze ‘zware’ gevangenen waren afhankelijk van de goede wil van de ‘gewone’ gevangenen voor het krijgen van eten. De cipiers gaven het eten door de gleuf aan de buitenwand en de ‘gewone’ gevangenen moesten dat dan doorgeven aan de ‘zware’ gevangenen via een gleuf in de wand tussen de beide gevangenissen. In het hok van de ‘zware’ gevangenen was geen raam aanwezig en elektrische verlichting was er ook niet. Maar het kon nog erger. Boven de gevangenis voor de zware gevallen, was nog een ‘stikhok’, waarin men alleen maar kon liggen en men volledig afgesloten was van licht. Mensen die daarin terecht kwamen, overleefden dat meestal niet.

In de ruimte voor ‘gewone’ gevangenen staan nog een aantal martelwerktuigen, die vroeger in gebruik waren. Er zijn nog twee houten blokken aanwezig, die als ‘blok aan het been’ gebruikt werden. Een relatief lichte straf. Voor de ‘huik’ geldt hetzelfde. Dit is een grote ton, die over de veroordeelde werd gezet. Alleen zijn hoofd stak er bovenuit en dat was een mikpunt voor met rot fruit gooiende mensen, terwijl hij door twee bewakers door de stad werd rondgeleid. Het echte werk om verdachten tot een bekentenis te dwingen begint met de palei of rekbank, die op de foto is te zien. Het is een wat ongemakkelijke ligbank van zwaar eikenhout. Het hoofd werd met een ijzeren beugel gefixeerd en onder de rug waren gekartelde wieltjes aangebracht. Met een touw om de voeten werd het lichaam uitgerekt door dit touw over een windas aan te trekken. Tijdens dit uitrekken werd het slachtoffer niet alleen langer, maar zijn wervels werden door de gekartelde wieltjes ernstig beschadigd. Helemaal lekker ging het met de pijnbank. Op deze eikenhouten bank werd men met de armen en benen weid vastgebonden. Men lag op blokjes, waardoor men met een ijzeren stang de botten kon breken. Men begon bij de voeten en werkte zo verder naar boven tot de verdachte bekende. Naar verluid verloor de verdachte meestal bij het breken van het bekken het bewustzijn.

Meer smakelijke details in het volgende artikel over Balthazar Gerards.

(Auteur: Sybrand de Jong – januari 2004)

 

Share

One comment on “Artikel: Martelen in Het Steen

  1. H.M. Lubach on said:

    Persoonlijk vind ik het nogal respectloos van de schrijver om het hier te hebben over ‘smakelijke details’! Een groot aantal mensen, al dan niet onschuldig opgesloten en overgeleverd aan hun folteraars, hebben door al deze onmenselijke martelingen immense pijnen geleden danwel hebben zij het leven gelaten omdat ze de pijnen en kwetsuren niet meer konden verdragen en dan wordt dit op luchtige toon weggezet als ‘smakelijke details’?
    Zeer ongepast!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

22.640 Spam Comments Blocked so far by Spam Free Wordpress

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>