Artikel: Willem van Oranje en het St.-Agathaklooster

Aan Willem van Oranje, die als “Vader des Vaderlands” mede gezorgd heeft dat het protestantisme hier vaste grond kreeg,  is het te danken, dat Delft nog steeds een prachtig middeleeuws kloostercomplex heeft. Een complex, dat in 2003 zeshonderd jaar bestond en een rijke historie kent, die nauw verbonden is met het ontstaan van ons land. Sinds Willem van Oranje er ging wonen, heeft het de naam Prinsenhof.

Aan het einde van de veertiende eeuw zijn veel kloosters ontstaan als gevolg van de religieuze vernieuwing, die bekend staat als de Moderne Devotie. Vooral vrouwen, die geen rol van betekenis konden vervullen in de katholieke kerk, werden door deze beweging aangetrokken. In 1390 betrok een groepje vrouwen tegenover de toren van de St.-Hippolytuskerk, die na de reformatie de Oude Kerk ging heten, een huis. Door naastgelegen huizen te kopen, werd het complex van lieverlede uitgebouwd.

In 1400 werd er door de leiding van de katholieke kerk dwang op hen uitgeoefend om de derde regel van St.-Franciscus te gaan volgen. Deze derde regel was gematigd en was in die tijd erg populair. De vrouwen besloten dan ook in 1400 toe te treden, hetgeen nog niet betekende dat het nu een klooster was. Eerst moest in 1402 het stadsbestuur  de zusters verlof geven om zich te laten besluiten. In 1403 zette de bisschop van Utrecht de officiële procedure in werking en werd in dat het klooster gevormd met St.-Agatha als patroonheilige.

Aleid Busers werd eerste mater van het klooster. Zij was een welgestelde weduwe en heeft vast en zeker het nodige geld ingebracht. Het St.-Agathaklooster werd een welvarend klooster en omvatte een terrein tussen de Oude Delft , Schoolstraat, de stadswal en het huidige Nusantara. De gebouwen stonden met de rug naar buiten, zodat het klooster volledig afgezonderd was. Alleen de kapel en de gastenverblijven aan de Schoolstraat waren voor niet kloosterlingen toegankelijk.

Willem van Oranje voelde zich tijdens de Tachtigjarige Oorlog niet veilig als hij als stadhouder in Den Haag verbleef. Den Haag was immers geen stad en had geen versterkingen als poorten en wallen. Delft was wel een stad en lag ook nog eens in een moerassig gebied, hetgeen het erg onaantrekkelijk maakte voor een Spaans leger om naar Delft te trekken. Willem van Oranje verbleef dan ook steeds vaker in Delft. Het St.-Agathaklooster was een van de grootste en mooiste gebouwen in de stad en hij verbleef dan ook in de gastenverblijven van het klooster als hij in Delft was. Cornelis Musius was in die tijd pater van het klooster ren er ontstond vriendschap tussen hem en Willem van Oranje.

In 1572 sloot Delft zich aan bij de Opstand tegen Spanje en werd Delft een gereformeerde stad. Dit betekende, dat de kloosters een andere bestemming kregen. Zo werd bij voorbeeld het Minderbroederklooster afgebroken en ontstond de Beestenmarkt. Het Clarissenklooster werd bij voorbeeld kruithuis, waardoor na de ontploffing hiervan in 1654 de Paardenmarkt ontstond. Het St.-Agathaklooster werd in gebruik genomen door Willem van Oranje als woning en vergaderplek voor de Staten van Holland en de Staten Generaal en toen kreeg het de naam Prinsenhof. De 103 nonnetjes mochten wel in de zijvleugel, waar tegenwoordig Nusantara is gevestigd, blijven wonen, maar er mochten geen nieuwe nonnetjes meer toetreden. In 1640 overleed de laatste non. Cornelis Musius voelde zich als vriend van Willem van Oranje wel veilig in zijn aanwezigheid. Na vertrek van Willem van Oranje besloot Musius om naar het nog steeds katholieke Amsterdam te vluchten. Onderweg werd hij door een geuzenbende onderschept en in Leiden op gruwelijke wijze gemarteld en ter dood gebracht.

In 1584 is Willem van Oranje door Balthazar Gerards in het Prinsenhof vermoord. Twee kogelgaten in de muur herinneren daar nog steeds aan. Na de dood van Willem van Oranje heeft het Prinsenhof allerlei bestemmingen gehad: feestzaal, lakenhandel, Latijnse school, Kamer van Charitaten en kazerne. In de negentiende eeuw raakte het complex erg in verval. Het is gelukkig van afbraak gered, omdat men het ter ere van de “Vader des Vaderlands” in stand wilde houden. Bij de driehonderd jarige herdenking in 1884 van de dood van Willem van Oranje werd een aanvang gemaakt met de restauratie en is het tegenwoordig als Gemeentemuseum toegankelijk voor een ieder. Terecht staat er dan ook een standbeeld van hem in de kruidentuin.

(Auteur: Sybrand de Jong – januari 2004)

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

22.640 Spam Comments Blocked so far by Spam Free Wordpress

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>